Regeneratief toerisme, degrowth (of ontgroeien) in toerisme en het toepassen van de donut economie op toerisme. Deze concepten trekken allemaal actief de status quo in twijfel. Maar wat is wat? In dit artikel bespreek ik wat deze drie post-growth benaderingen gemeen hebben, waar ze verschillen en hoe bestemmingen ze in de praktijk kunnen gebruiken.
De rode draad van post-growth benaderingen
Alle drie de concepten kunnen worden gebruikt om alternatieve strategieën voor de ontwikkeling van toerisme vorm te geven. De belangrijkste overeenkomst van de concepten is groei en winstmaximalisatie niet voorop staan, maar dat ze juist andere prioriteiten hebben. Deze benaderingen richten zich op het welzijn van de gemeenschap en het respecteren van planetaire grenzen – of in andere woorden: sociale en ecologische duurzaamheid. Ze erkennen dat het kapitalisme er in de eerste plaats voor heeft gezorgd dat toerisme zo onduurzaam is geworden, en dat we de belangrijkste principes daarvan moeten loslaten.
Het toepassen van deze ideeën in het toerisme betekent streven naar een verandering van het toeristisch systeem waar kapitalistische en op groei gerichte benaderingen sterk in twijfel getrokken worden. Toerisme en economische groei worden ingezet voor het vergroten van de maatschappelijke en ecologische impact, maar zouden geen doel op zichzelf moeten zijn.
Maar hoe verschilt dit van duurzaamheid? Oorspronkelijk gezien, streeft duurzaam toerisme (inclusief focus op de SDG’s) er doorgaans naar om negatieve effecten te minimaliseren, terwijl toerisme kan blijven groeien. In tegenstelling, streven post-growth benaderingen er juist naar een positieve bijdrage aan de maatschappij en het milieu te leveren. In sommige gevallen is groei nodig om dit te bereiken, maar dit is zeker niet altijd het geval. Dat betekent niet dat we deze benaderingen als het tegenovergestelde moeten zien van inspanningen op het gebied van duurzaamheid, maar eerder als een verlengstuk ervan. Duurzaamheidspraktijken kunnen worden verdiept en aangepast op basis van post-growth principes gebaseerd op regeneratief, degrowth- of donut denken.
Regeneratief toerisme
Regeneratief toerisme is verreweg de populairste, maar inmiddels ook de meest misbruikte term. Het regeneratieve denken is terug te voeren tot inheemse wijsheid, maar is vervolgens ook veel toegepast binnen de landbouw sector en de gebouwde omgeving en heeft nu ook z’n weg gevonden naar het toerisme. Het maakt gebruik van een ecologisch wereldbeeld dat toegpeast wordt op toerisme en ziet de bestemming als een complex levend systeem. Dit betekent dat het menselijk leven en de natuurlijke wereld niet als losstaand worden gezien, maar als een samenhangend geheel waarbij elk onderdeel intrinsiek met elkaar verbonden en afhankelijk van elkaar is. Dit verschuift het beeld van ‘we moeten de natuur beschermen’ naar ‘we zíjn de natuur’ en biedt een nieuw perspectief om de ontwikkeling van toerisme vorm te geven. De focus ligt hierbij op het leveren van een positieve bijdrage aan een plek, waarbij er rekening gehouden wordt met alle verschillende elementen waaruit een plaats bestaat. Regeneratief toerisme heeft dus ook een sterke plaatsgebonden focus, waarbij de behoeften van mens en plek (zowel sociaal als ecologisch) voorop staan. Er wordt een grote nadruk gelegd op de participatie van lokale bewoners de ontwikkeling van toerisme en toeristische strategieën. Daardoor wordt er vaak met relatief kleinschalige lokale initiatieven gewerkt.
Regeneratief toerisme wordt met name gewaardeerd vanwege de positieve benadering, maar wordt ook vaak verkeerd geïnterpreteerd of misbruikt. Er wordt in veel gevallen slechts één aspect van regeneratief toerisme gebruikt zonder de andere elementen ook in de toeristische ontwikkeling op te nemen. In sommige gevallen wordt regeneratief toerisme gereduceerd tot ‘een positieve impact maken’ of ‘iets goeds doen’. Dit zou betekenen dat het opruimen van afval van het strand al als regeneratief beschouwd kan worden, maar doet geen recht aan de complexiteit van een regeneratieve aanpak. Er is natuurlijk niets mis met het opruimen van afval van het strand, maar als een losstaande actie kan het niet direct als regeneratief toerisme omschreven worden. Daarvoor moeten alle andere elementen van regeneratief toerisme ook in de bestemmingsontwikkeling opgenomen worden.
Degrowth
Van oorsprong een milieu- en politieke beweging zijnde, is degrowth vrij duidelijk in het standpunt over economische groei: het zou moeten ontgroeien. Maar daarmee is niet alles gezegd. Niet alles hoeft te ontgroeien en dit is ook niet overal nodig. Vooral landen in het noorden moeten zich richten op het ontgroeien van de economie, met name sectoren die vervuilen of sociale elementen ondermijnen. Dit is nodig om het evenwicht te herstellen tussen wereldwijde sociale (on)gelijkheid en de ecologische grenzen van de planeet.
Wanneer we dit vertalen naar toerisme, dan heeft degrowth met name twee aandachtspunten. Ten eerste moeten bestemmingen die een hoge bezoekersdruk ervaren, niet meer bezoekers willen aantrekken, maar zich juist richten op het ontwikkelen van beleid en maatregelen die zullen leiden tot minder toeristen. Ten eerste om de bezoekersdruk op bewoners te verlichten en de levenskwaliteit te verhoden, en ten tweede om negatieve ecologische impact op bestemming te beperken. Het tweede aandachtspunt van degrowth binnen toerisme richt zich op de inherente onduurzaamheid van toerisme op wereldwijde schaal. Om de wereldwijde CO2-uitstoot te verminderen, moet reizen zoals dat nu gebeurd (eindeloze vluchten rond de wereld) worden verminderd. Er is echter een tegenstrijdigheid met de ontwikkeling van regeneratief toerisme op bestemmingen die afhankelijk zijn van buitenlandse bezoekers, waarvoor vluchten nodig zijn. Hoe kunnen we plaatsgebonden ontwikkeling van regeneratief toerisme compatibel maken met de wereldwijde uitdaging om de CO2-uitstoot te verminderen? Dit is iets waar nog steeds over gediscussieerd wordt.
De donut economie
De donuteconomie, ontwikkeld door econome Kate Raworth, is een model voor een regeneratieve economie. Dit betekent dat de economie gebruikt moet worden als instrument om andere doelen te bereiken, in plaats van groei als doel op zich na te streven. Het model heeft de vorm van een donut, met een sociale basis aan de binnenkant en een ecologisch plafond aan de buitenkant. De donut economie ziet de economie als een instrument om andere doelen binnen de donut te bereiken, zoals toegang tot huisvesting of schoon water, zonder daarbij de planetaire grenzen te overschrijden. De donut economie is om die reden minder strikt over de rol van groei, zolang we binnen de planetaire grenzen blijven en fundamentele sociale factoren beschermen waartoe iedereen toegang zou moeten hebben. Op die manier kan toerisme ook worden gezien als een middel om bij te dragen aan andere doelen die een bestemming heeft, , zowel op sociaal als ecologisch vlak. Om dergelijke doelen te bereiken, moeten we ons afvragen of groei van toerisme wenselijk is en, zo ja, op welke manieren toerisme kan bijdragen aan bredere doelen.
De drie perspectieven combineren
De donut economie kan binnen het toerisme dienen als instrument om degrowth en regeneratieve praktijken te combineren, afhankelijk van de lokale context. De donut kan worden gebruikt als leidraad voor waar degrowth nodig is en in welke mate en op welke plekken regeneratieve projecten kunnen worden geïmplementeerd. Het kan dienen als kompas om de richting van de toeristische ontwikkeling te bepalen, rekening houdend met de complexiteit en onderlinge afhankelijkheid van verschillende sociale en ecologische effecten op de bestemming.
Wanneer we het hebben over deze concepten, is het wat mij betreft geen kwestie van óf het een, óf het ander. Ja, regeneratief toerisme is het positievere verhaal, maar soms is degrowth toch echt nodig. Vanuit mijn perspectief kunnen we beiden gebruiken door te kijken naar de specifieke behoeften van elke bestemming. Bij het transformeren van toerisme gaat niet zozeer om het vasthouden aan één concept als heilige graal, maar juist om het kennen van de belangrijkste principes van verschillende benaderingen en deze toepassen op basis van wat er speelt in de specifieke lokale context. Het is ook niet nodig om eerdere inspanningen op het gebied van duurzaamheid compleet in de wind te slaan. Eerdere duurzame acties en projecten kunnen een stevige basis vormen waaraan principes van post-growth benaderingen kunnen worden toegevoegd. Deze kunnen dan verder worden geïntegreerd in de ontwikkeling van bestemmingen op basis van de behoeften op locatie.